Soeverein AI-beheer op gemeenschapsniveau
Een EU-beleidsnota
Hoe gemeenschapsorganisaties en kleine bedrijven kunnen voldoen aan de verplichtingen van de AI-wet zonder de controle over te dragen aan hun leverancier.
Auteur — John Stroh, directeur, My Digital Sovereignty Limited, Nieuw-Zeeland ORCID — 0009-0005-2933-7170 DOI — 10.5281/zenodo.19635598 Oorspronkelijk document — Distributieve rechtvaardigheid door structuur: een praktijkvoorbeeld op gemeenschapsniveau van waardenbestendigheid (v1.0, 16-04-2026). DOI: 10.5281/zenodo.19600614. Versie — 0.1 (gepubliceerd op 18-04-2026) Licentie — Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0) Corresponderende auteur — john.stroh@mysovereignty.digital Ook beschikbaar in — Duits (https://agenticgovernance.digital/whitepapers/eu-policy-brief-de)
Samenvatting
De meeste EU-gemeenschapsorganisaties zullen aan de AI-wet voldoen door de standaardinstellingen van hun bestaande leverancier te accepteren. De leverancier bepaalt het model, de manier waarop met gegevens wordt omgegaan en de jurisdictie waarnaar elke query wordt doorgestuurd. De gemeenschapsorganisatie neemt dit alles over door een inkoopformulier te ondertekenen. Dit is geen naleving; het is delegatie.
Er is al een alternatief in productie. Het Village — gebouwd rond een drielaagse constitutionele architectuur die gemeenschapswaarden verankert in de code van het platform, en een Situated Language Layer die is getraind op het eigen geautoriseerde materiaal van de gemeenschap — biedt, geheel of gedeeltelijk, een oplossing voor veel van de gevallen waarin delegatie aan leveranciers faalt. Deze brief beschrijft de drie mechanismen, brengt elk mechanisme in kaart ten opzichte van de EU-regelgeving waarop het betrekking heeft, en beschrijft de structurele auditcriteria die een gemeenschap of bedrijf dat het platform wil invoeren, zelf kan toepassen alvorens een module in gebruik te nemen.
Village is gebaseerd op een context die niet de EU is. Het is ontwikkeld in het kader van de verplichtingen uit hoofde van Te Tiriti o Waitangi (het Verdrag van Waitangi uit 1840) jegens Māori -gemeenschappen in Nieuw-Zeeland — waar gegevenssoevereiniteit een grondwettelijke verbintenis is tussen de Kroon en iwi (stammen), en geen regelgevende voorkeur. Om aan die beperking te voldoen, was een architectuur nodig waarin waarden verankerd zijn in code, niet in marketingteksten; dezelfde architectuur voldoet aan de verplichtingen waarmee EU-organisaties te maken hebben op grond van de AI-wet, de AVG en de EMFA. De toolkit kent drie mechanismen:
- De Situated Language Layer (SLL). Een taalmodel op gemeenschapsniveau, getraind op materiaal dat door de gemeenschap is goedgekeurd, dat de woordenschat van minderheidstalen en gemeenschapsbestuur lokaal soeverein houdt in plaats van deze te middelen in een wereldwijd corpus.
- Guardian Agents. Runtime-bestuurscontroles die elke AI-reactie toetsen aan de door de gemeenschap verklaarde waarden voordat de reactie een gebruiker bereikt. Waarden worden afgedwongen door code, niet door beleidsdocumenten.
- Federatie. Bilaterale overeenkomsten tussen soevereine gemeenschapsplatforms die hen in staat stellen verbinding te maken — voor carpoolen, gemeenschapsoverschrijdende aankondigingen, videogesprekken — zonder gegevens, gebruikersidentiteit of bestuursbevoegdheid af te staan aan een centrale tussenpersoon.
Elk mechanisme sluit aan bij een EU-regelgevingspunt: de artikelen 2 en 50 van de AI-wet (toepassingsgebied en transparantie); de Europese wet inzake mediavrijheid (mediapluralisme in minderheidstalen); artikel 9 van de AVG (bijzondere categorieën van gegevens, die aantoonbaar ook culturele gegevens in minderheidstalen omvatten). Het Tractatus Framework (de bestuurslaag waarop de mechanismen rusten) is open source onder Apache 2.0 en openbaar op Codeberg; de codebase Village is momenteel eigendom van de ontwikkelaar, waarbij specifieke modules worden overwogen voor open-source-release, onder voorbehoud van het in §7 beschreven bestuursproces. De productie draait op infrastructuur die onder de soevereiniteit van de EU valt (OVH Frankrijk) en infrastructuur die onder de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland valt (Catalyst Cloud), zonder Amerikaanse afhankelijkheden in het verzoekpad.
De stelling van deze nota is niet dat EU-minderheidstaalgemeenschappen de Nieuw-Zeelandse toolkit in zijn geheel moeten overnemen. De stelling is beperkter: een specifieke gemeenschap of onderneming — Welsh, Sámi, Baskisch, Sorbisch, Fries, Catalaans, Bretons, of wat dat betreft elk bestuursorgaan, een nationaal gelieerde ledenorganisatie met lokale afdelingen, beroepsvereniging, sportfederatie, gemeenschapsgroep of club, klein bedrijf, coöperatie, natuurbeschermings- of alumninetwerk, parochienetwerk of grensoverschrijdende diaspora — een specifieke module zou kunnen overnemen, binnen een specifiek juridisch kader dat is afgestemd op haar eigen rechtsgebied. Soevereiniteit van minderheidstalen is het belangrijkste voorbeeld omdat dit de strengste verantwoordingsverplichtingen met zich meebrengt; dezelfde toolkit biedt een oplossing voor de minder complexe gevallen. De discussie die deze nota tracht op gang te brengen, gaat over welke module, welke gemeenschap en welk juridisch kader.
1 — Wat is er gebouwd, en waarom
My Digital Sovereignty Ltd (Nieuw-Zeeland) beheert Village: een op sjablonen gebaseerd platform voor bestuur op gemeenschapsniveau. Eén enkele codebasis past zich — via woordenschat, functies en standaardinstellingen voor bestuur — binnen redelijke grenzen aan de specifieke levensvorm van elke gemeenschap of organisatie aan: bestuursorganen en hun commissies; nationaal aangesloten lidmaatschapsorganisaties met lokale afdelingen (beroepsverenigingen, brancheorganisaties, sportfederaties, geloofsgemeenschappen, vakbonden, nationale liefdadigheidsinstellingen); gemeenschapsgroepen en clubs (de Vereine die zo’n dicht netwerk vormen in het Duitse maatschappelijke leven passen hier natuurlijk perfect); kleine bedrijven; coöperaties; netwerken voor natuurbehoud en alumni; parochienetwerken; carpooldiensten; whānau (Māori ) gemeenschapssites — en nog veel meer. Wanneer een enkele gemeenschap functioneel verschillende werkgroepen omvat, zorgt de federatie (§2.3) voor afscherming: elke groep beheert zijn eigen soevereine instantie en komt bilateraal overeen wat er tussen de instanties moet worden gedeeld. De sjabloonbibliotheek breidt zich uit naarmate nieuwe gemeenschapstypen zich aansluiten; het is geen vaste catalogus.
Het platform bestaat omdat twee drukfactoren samenkwamen. De eerste is een druk op het gebied van soevereiniteit: Māori, die hun rechten doen gelden op grond van Te Tiriti o Waitangi en de principes die zijn verwoord in het Waitangi Tribunal WAI 262-rapport en de CARE-principes voor inheems gegevensbeheer, eisen dat hun gegevens onder hun eigen gezag blijven, beheerd volgens hun eigen tikanga (gebruikelijke protocollen), op infrastructuur waarover zij daadwerkelijk toezicht kunnen uitoefenen. De tweede is een technische druk: de commodity AI-stack leidt elke query via infrastructuur die eigendom is van een klein aantal Amerikaanse bedrijven, maakt de gegevens van elke gemeenschap tot trainingsinput voor die bedrijven en importeert de Amerikaanse jurisdictie (met name de CLOUD Act) in elke EU- of Nieuw-Zeelandse gemeenschap die het inkoopformulier ondertekent.
Village beantwoordt de eerste druk door het ontwerp en de tweede druk door de implementatie. Het platform is standaard gefedereerd (elke gemeenschap is een eigen juridische entiteit), tenant-geïsoleerd (er is geen toegang tot gegevens van andere gemeenschappen mogelijk, ook niet door de platformbeheerder), en voert inferentie uit op een Situated Language Layer die is getraind op materiaal dat in Nieuw-Zeeland is verzameld. Er zijn geen Amerikaanse bedrijven in het verzoektraject.
Productietentant-instanties zijn vandaag live op zowel OVH Frankrijk als Catalyst Cloud Nieuw-Zeeland, en omvatten bestuursorganen, lidmaatschapsorganen, parochienetwerken, commissies, whānau (Māori ) gemeenschapssites en andere configuraties uit de sjabloonbibliotheek. Een aparte verzameling demonstratie-instanties, die duidelijk als zodanig zijn gelabeld, wordt ook gehost op dezelfde infrastructuur, zodat elke lezer een uitgewerkt voorbeeld van elke configuratie kan bekijken. De eerste gefedereerde carpool tussen een aantal Nieuw-Zeelandse steden wordt beschreven als een uitgewerkt voorbeeld in §2.3. De rest van deze samenvatting beschrijft elk mechanisme, de EU-regelgeving waarop het inspeelt en de auditcriteria die een gebruiker zelf kan controleren.
2 — De drie mechanismen
2.1 De Situated Language Layer (SLL)
Een Situated Language Layer is een taalmodel op gemeenschapsniveau. De gemeenschap bepaalt zelf het trainingscorpus; de inferentie vindt plaats op infrastructuur die de gemeenschap kan controleren; de output dient de definities van de gemeenschap van aanvaardbaar taalgebruik in plaats van het statistische gemiddelde van een wereldwijd corpus.
In de Village wordt de basis-SLL getraind op materiaal dat in Nieuw-Zeeland is geworteld — te reo Māori (de Māori ) woordenschat, Nieuw-Zeelands Engels, Te Tiriti o Waitangi -wetenschap en materiaal over gemeenschapsbestuur dat door de gemeenschappen die er eigenaar van zijn, is goedgekeurd voor training. Daar bovenop komen specialisaties per gemeenschap: een Episcopal SLL heeft andere standaardinstellingen voor geschriften en bestuur dan een Whānau SLL, die weer andere standaardinstellingen heeft dan een Membership-Organisation SLL.
De relevantie voor minderheidstalen in de EU is direct. Een SLL in het Welsh, getraind op materiaal in het Welsh onder het gezag van een Welshe gemeenschap, zou vragen in het Welsh beantwoorden op basis van bronnen in het Welsh. Een Sámi-SLL zou hetzelfde doen voor het Sámi. Een Baskische SLL voor het Baskisch. De toolchain gaat niet specifiek uit van te reo Māori — het gaat ervan uit dat de gemeenschap soevereiniteit heeft over wat het model traint en wat het model mag doen. Het vervangen van de Welshe, Sámi- of Baskische gemeenschappen Māori is een kwestie van hertraining op een ander corpus, niet van het opnieuw opbouwen van de architectuur. Hetzelfde patroon geldt voor elke gemeenschapsorganisatie – parochie, coöperatie, natuurbeschermingsgroep – waarvan de taal toevallig de dominante nationale taal is: minder taalkundige beperkingen, dezelfde soevereine houding.
De technische realiteit is specifieker dan de marketingclaim. SLL's zijn basistaalmodellen die zijn afgestemd op gemeenschapsmateriaal; ze worden niet helemaal opnieuw opgebouwd. De soevereiniteitsclaim is dat de afstemming, de sturing tijdens de inferentietijd en de hosting allemaal onder de bevoegdheid van de gemeenschap vallen — wat in deze context de operationele betekenis is van “soeverein”. Waar het basismodel zelf vandaan komt, doet er minder toe dan in de meeste debatten wordt aangenomen, mits de gemeenschap controle heeft over wat ermee gebeurt en waar het draait.
2.2 Guardian Agents
Guardian Agents zijn in de code geïmplementeerde controles die tijdens de uitvoering elk door AI gegenereerd antwoord beoordelen voordat het de gebruiker bereikt. Elke controle leest het antwoord, toetst het aan een of meer vastgelegde waarden en keurt het antwoord goed, markeert het of wijst het af. De vastgelegde waarden worden door de gemeenschap opgesteld; de controles zijn open source.
Dit is om een specifieke reden van belang. Waardenbestendigheid is de vraag of de door een platform vastgelegde waarden trouw blijven aan hun oorspronkelijke vorm naarmate het platform groeit. Het gebruikelijke antwoord is dat dit niet het geval is: platforms stellen bij de oprichting waardeverklaringen op en passen deze in de loop van de tijd aan onder druk van de markt, investeerders of regelgeving. Waardenverschuiving is de technische term voor dit verschijnsel. Guardian Agents zijn een poging om deze verschuiving tijdens de uitvoering detecteerbaar te maken, en niet alleen tijdens persconferenties. Een AI-reactie die door een Guardian Agent is gegaan met de door een gemeenschap vastgestelde waarden, heeft een daadwerkelijke controle doorstaan, niet alleen een beleidsverklaring.
De analoge regelgeving van de EU is duidelijk: artikel 50 van de AI-wet over transparantieverplichtingen vereist dat door AI gegenereerde inhoud identificeerbaar is. Guardian Agents gaan verder — ze registreren per reactie welke waarden zijn gecontroleerd en wat de uitkomst van de controle was. Dit is een auditklaar artefact dat een toezichthouder, een communitybestuur of een onderzoeker direct kan inspecteren. Het is het soort bewijs dat een platform dat beweert waarden te hanteren, onderscheidt van een platform dat aantoont dat het deze waarden ook daadwerkelijk hanteert.
2.3 Federatie
Federatie, in de zin Village, is de beperkte technische regeling die twee soevereine communityplatforms in staat stelt om voor specifieke doeleinden met elkaar te verbinden — communityoverschrijdende videogesprekken, gedeelde carpoolen, gezamenlijke evenementen, dorpsoverschrijdende aankondigingen — zonder dat een van beide gegevens, identiteit of bestuursbevoegdheid aan een derde partij hoeft af te staan. Elke federatie is een bilaterale overeenkomst: de twee communities komen overeen, op de door hen gespecificeerde voorwaarden, om de specifieke interactie mogelijk te maken. Er is geen centraal netwerk dat dit coördineert. Beide partijen kunnen op elk moment uitstappen. Een federatie waar een gemeenschap niet aan deelneemt, is een federatie die voor die gemeenschap niet bestaat.
Het contrast met het platformmodel is het punt. Facebook-groepen, Discord-servers, WhatsApp-gemeenschappen en hun equivalenten vormen geen federatie; het zijn instanties binnen het netwerk van één operator. De operator stelt de regels vast, ziet de gegevens en kan beide wijzigen. De federatie Villageis qua architectuur het tegenovergestelde: twee soevereine operators komen, op hun eigen voorwaarden, een begrensde interactie overeen. Wanneer een van beide wegloopt, gaat er aan de andere kant niets kapot.
Een concreet voorbeeld — in ontwikkeling. De eerste federatieve carpool met meerdere instanties, die een aantal Nieuw-Zeelandse steden met elkaar verbindt, is in ontwikkeling en zal naar verwachting begin mei 2026 operationeel zijn. Elke stad zal haar eigen soevereine instantie beheren — met eigen leden, eigen moderatie en eigen gegevens. De steden komen bilateraal overeen om ritmatching over hun gemeenschappelijke grens te delen, en alleen dat: er worden geen gegevens over lidmaatschap, betalingen of reisgeschiedenis tussen de instanties uitgewisseld; elke stad behoudt het recht om op elk moment uit de federatie te stappen, waarna de diensten van de overige steden onaangetast blijven. De infrastructuur van de federatie waarop dit zal draaien — het FederationAgreement-model, de routes en de diensten — is vandaag de dag geïmplementeerd in de codebase van het platform; de carpool-implementatie is de eerste multi-instance-federatie die hieronder valt. Het patroon is het patroon; het feit dat het om carpoolen gaat in plaats van, bijvoorbeeld, een nationaal aangesloten ledenorganisatie die het hoofdkantoor met haar afdelingen verbindt, is bijkomstig.
Dit heeft directe relevantie voor de regelgeving in het kader van de Europese wet inzake mediavrijheid, die vereist dat gemeenschappen die een minderheidstaal spreken, redactionele en bestuurlijke soevereiniteit behouden over de media- en informatiediensten waarmee zij opereren. Een federatiemodel behoudt die soevereiniteit als een architectonisch kenmerk, niet als een beleidsverplichting.
3 — Regelgevende aanknopingspunten in de EU
In paragraaf 2 werd elke regelgeving benaderd als een uitkomst van een mechanisme; in deze paragraaf wordt elk mechanisme benaderd als een antwoord op een regelgeving.
De drie bovengenoemde mechanismen snijden specifiek met vier EU-regelgevingsinstrumenten. Elk raakvlak wordt nauwkeurig omschreven; niets in deze nota is een uitspraak over naleving van de regelgeving (de auteur is geen jurist en treedt niet als zodanig op).
3.1 AI-wet — artikelen 2 en 50
Artikel 2 (toepassingsgebied). De AI-wet is van toepassing op aanbieders en gebruikers van AI-systemen binnen de Unie, en op aanbieders buiten de Unie waarvan de output van AI-systemen in de Unie wordt gebruikt. Een EU-gemeenschap die gebruikmaakt van een in de VS gehoste commerciële AI-dienst is een gebruiker in de zin van artikel 2; de exploitant van die dienst is een aanbieder. De bestuurskwestie — wie beslist hoe het AI-systeem wordt geconfigureerd, wat het wel en niet mag doen, en wie aansprakelijk is wanneer het fouten maakt — wordt bepaald door de keuze van de gebruiker voor een aanbieder. Het accepteren van de standaardinstellingen van de leverancier delegeert de bestuursbeslissing; artikel 2 ontslaat de gebruiker niet van de aansprakelijkheid.
Artikel 50 (transparantieverplichtingen). Gebruikers moeten aan gebruikers die worden beïnvloed door de output van een AI-systeem bekendmaken dat de output door AI is gegenereerd en wat de aard van het systeem is. Dit creëert een permanente auditbehoefte: een maatschappelijke organisatie die geen overzicht kan produceren van wat haar AI-systeem moest doen, aan welke waarden het werd getoetst en wat de output was, kan niet op zinvolle wijze aan de transparantieverplichting voldoen. Guardian Agents produceert precies dit overzicht, automatisch, per reactie.
3.2 Europese wet inzake mediavrijheid
De EMFA (Verordening 2024/1083, van toepassing vanaf 8 augustus 2025) beschermt de redactionele onafhankelijkheid en het mediapluralisme in de hele Unie. In de overwegingen wordt de bijzondere positie erkend van media in minderheidstalen en media op gemeenschapsniveau — diensten met een klein publiek, maar waarvan de culturele functie niet kan worden vervangen door grootschaligere media.
Het federatiemodelVillageis een ontwerppatroon dat de EMFA veronderstelt, maar niet beschrijft. Twee gemeenschapsplatforms in minderheidstalen, die op overeengekomen voorwaarden zijn gefedereerd, behouden de pluraliteit die de EMFA beschermt. Een gemeenschapsplatform dat afhankelijk is van een sociaal netwerk in Amerikaanse handen doet dat niet: de redactionele beslissingen ervan zijn onderworpen aan de moderatieregels van het netwerk en de bevoegdheid van het netwerk om contractuele wijzigingen door te voeren. De EMFA verbiedt de tweede regeling niet; zij creëert een argument dat de eerste regeling is wat de beleidsdoelstellingen van de wet impliceren.
3.3 AVG — Artikel 9
Artikel 9 van de AVG behandelt bepaalde categorieën persoonsgegevens (gezondheid, seksuele geaardheid, politieke overtuiging, ras of etnische afkomst, religieuze overtuiging, lidmaatschap van een vakbond, genetische en biometrische gegevens) als gegevens die extra bescherming vereisen. Het begrip “raciale of etnische afkomst” omvat aannemelijk ook de identiteit van een gemeenschap die een minderheidstaal spreekt — gegevens van een Sámi-spreker over het gebruik van de Sámi-taal binnen zijn gemeenschap zijn aantoonbaar gegevens over zijn etnische afkomst in de zin van artikel 9. Deze interpretatie is juridisch niet vastgelegd, maar vormt een verdedigbaar uitgangspunt voor een gemeenschap die haar aanspraak op gegevenssoevereiniteit wil verankeren.
De tenantisolatie, het door de gemeenschap gecontroleerde bestuur en de soevereine hosting van Village geven concreet invulling aan artikel 9 in een specifieke technische vorm. De gegevens verlaten nooit de geautoriseerde infrastructuur van de gemeenschap; het verwerkingsdossier is door de gemeenschap controleerbaar; toestemming wordt op gemeenschapsniveau gegeven, niet alleen op individueel niveau. Naleving van artikel 9 is niet het doel van deze architectuur, maar naleving van artikel 9 is wel het neveneffect dat deze architectuur oplevert.
3.4 Wet op digitale diensten en CLOUD Act
Twee minder opvallende raakvlakken die het vermelden waard zijn. De Digital Services Act (DSA) legt transparantie- en inhoudsmoderatieverplichtingen op aan zeer grote onlineplatforms. Een gemeenschapsplatform dat op gemeenschapsschaal opereert, valt onder de drempels van de DSA; maar een platform dat onder de DSA valt en dat gemeenschappen in minderheidstalen wil hosten zonder deze in zijn moderatieregime op te nemen, zou het federatiemodel als een van de weinige technische regelingen beschouwen die dit mogelijk maken. Ook de DSA veronderstelt een ontwerppatroon dat niet wordt beschreven.
En de Amerikaanse CLOUD Act – de wet die Amerikaanse autoriteiten extraterritoriale toegang geeft tot gegevens die wereldwijd worden bewaard door bedrijven met hoofdkantoor in de VS – is de niet bij naam genoemde tegenkracht in elk EU-debat over digitale soevereiniteit. Een gemeenschap die gebruikmaakt van een Amerikaanse AI-aanbieder importeert de CLOUD Act in haar GDPR-houding als een niet-erkende voorwaarde. Een gemeenschap die gebruikmaakt van een soevereine AI-implementatie doet dat niet. Dit is geen bewering over wat de CLOUD Act wel of niet bereikt; het is een bewering over welke contractuele en jurisdictioneel houding een gemeenschap heeft gekozen, opzettelijk of bij gebrek aan beter.
4 — Structurele auditcriteria
Een beleidsnota die alleen beweert dat het platform van de auteur "waarden hoog in het vaandel heeft staan", zou waardeloos zijn. Hieronder volgen specifieke auditcriteria, verifieerbaar aan de hand van openbare artefacten, die een onderscheid maken tussen een platform dat architecturale toezeggingen heeft gedaan en een platform dat marketingclaims heeft gedaan.
Isolatie van tenants. Kan een operator of beheerder op platformniveau de inhoud van tenants lezen? Village biedt drie steeds sterkere niveaus:
- Tier 1 (gedeelde database, scoping per tenant) — elke query filtert op
tenantId; platform-admin-accounts worden expliciet uitgesloten van toegang tot de inhoud in de autorisatielaag. Verifieerbaar in de open-source codebase. Dit is de standaardtier en is voldoende voor de meeste tenants op gemeenschapsschaal. - Niveau 2 (speciale database per tenant) — de gegevens van de tenant staan in een eigen MongoDB-database met eigen inloggegevens; isolatie wordt afgedwongen op de databasegrens in plaats van in de query-filterlaag. Wordt momenteel geïmplementeerd via de
TenantConnectionManager-service. Verifieerbaar door de databasehost te inspecteren die de eigen beheerder van de tenant beheert. - Niveau 3 (zelf gehost op de eigen infrastructuur van de tenant) — de tenant draait Village op zijn eigen servers; de platformbeheerder heeft geen toegang tot gegevens of configuratie. De architectuur ondersteunt dit niveau momenteel; de implementatietools en het ondersteuningsmodel staan op de roadmap (zie §7). Verifieerbaar door het bezit van de draaiende instantie door de tenant.
- Tier 1 (gedeelde database, scoping per tenant) — elke query filtert op
Infrastructuurbevoegdheid. Waar loopt het verzoekpad? Welke bedrijven zijn eigenaar van de onderliggende infrastructuur? Is er enige afhankelijkheid van de VS in het verzoekpad, expliciet of indirect (inclusief CDN, DNS, analytics, feedbacksystemen)? De productie-infrastructuur Villagebestaat uit OVH Frankrijk en Catalyst Cloud Nieuw-Zeeland, zonder afhankelijkheid van de VS in het verzoekpad. Deze feiten zijn verifieerbaar via DNS-records, nginx-configuratie en de open-source implementatiescripts van het project.
Opstellen van waarden. Wie heeft de waarden van het platform opgesteld? Wie kan ze wijzigen? Is de wijzigingsgeschiedenis openbaar? Is er een mechanisme waarmee de gemeenschap een waarde die het platform namens de gemeenschap huldigt, kan betwisten, wijzigen of vetoën? De waarden en grondwet Villagezijn openbaar gepubliceerd op
mysovereignty.digital— de grondwet op/constitution.htmlen/village-constitution.html, de waarden op/values.htmlen/platform-values.html, met vertaalde versies in het Duits, Frans, Nederlands en Te Reo Māori. Elke lezer kan ze rechtstreeks inzien alvorens een beslissing over toetreding te nemen.Handhaving tijdens de uitvoering. Worden de waarden van het platform tijdens de uitvoering gehandhaafd, of worden ze alleen in marketingmateriaal benadrukt? Voor een AI-platform betekent dit: ondergaat elk AI-antwoord een waardencontrole voordat het een gebruiker bereikt? Guardian Agents zijn het mechanisme dat hiervoor tijdens de uitvoering zorgt; hun broncode en configuratie zijn openbaar.
Open-source licentie. Onder welke licentie wordt de code van het platform gepubliceerd? Is die licentie OSI-goedgekeurd, en kan een community of bedrijf die de code implementeert deze onafhankelijk opnieuw inzetten, aanpassen en controleren? Er zijn twee verschillende antwoorden mogelijk:
- Het Tractatus Framework — de mechanismen op governance-niveau die ten grondslag liggen aan de in §2 beschreven mechanismen voor het vasthouden van waarden — is vrijgegeven onder Apache License 2.0 en is openbaar op Codeberg op
https://codeberg.org/mysovereignty/tractatus-framework. Goedgekeurd door OSI. Elke lezer kan het inspecteren, forken en controleren. - De codebasisVillage is momenteel eigendom van de ontwikkelaar. Het is de bedoeling om specifieke modules — het federatieprotocol, het vocabulaire-systeem, de automatisering van de implementatie en de documentatie voor beheerders — vrij te geven als zelfstandige open-sourcecomponenten, met inachtneming van het in §7 beschreven bestuursproces. Er zijn geen plannen om de volledige codebasis van het platform open source te maken. De reden voor dit voorbehoud is de blootstelling van het aanvalsoppervlak, zoals beschreven in §7.
- Het Tractatus Framework — de mechanismen op governance-niveau die ten grondslag liggen aan de in §2 beschreven mechanismen voor het vasthouden van waarden — is vrijgegeven onder Apache License 2.0 en is openbaar op Codeberg op
Een beleidsdoelgroep hoeft niet al deze audits opnieuw uit te voeren. Maar de criteria bestaan als een checklist die een onderzoeker, een toezichthouder of een gemeenschapsbestuur kan afwerken voor elk platform dat digitale soevereiniteit claimt. Een platform dat de checklist niet kan doorlopen, is nog niet soeverein; een platform dat dat wel kan, heeft in ieder geval de technische drempel voor de term gehaald.
5 — Wat wel en niet overdraagbaar is
Er zijn drie niveaus van overdraagbaarheid die het vermelden waard zijn, zodat een gemeenschap of bedrijf dat het systeem implementeert, weet wat het ongewijzigd overneemt, wat contextuele aanpassing vereist en wat het risico is om het verkeerd te doen.
Overdraagbaar. De drie mechanismen — SLL, Guardian Agents, Federatie — zijn direct overdraagbaar. Elk is een technisch patroon; elk heeft een open-source-implementatie; elk kan opnieuw worden ingezet met het materiaal, het bestuur en de federatiepartners van een andere gemeenschap. Een implementatie in het Welsh zou er structureel vergelijkbaar uitzien met een implementatie in het Te Re Māori, met andere trainingsgegevens, andere standaardinstellingen voor governance en andere federatieovereenkomsten. Hetzelfde geldt voor een parochie, een buurtcarpool, een coöperatie of een natuurbeschermingsgroep die in één nationale taal opereert – het patroon van gemeenschapssoevereiniteit is breder toepasbaar dan alleen in het geval van taalkundige soevereiniteit. De toolchain gaat niet uit van Nieuw-Zeeland.
Vereist contextuele aanpassing. Het idee dat culturele gegevens verplichtingen inzake beheer met zich meebrengen — dat de gegevens van een minderheidstaalgemeenschap niet louter informatie zijn die verwerkt moet worden binnen welk kader de exploitant ook kiest, maar een taonga (schat) die beheerd moet worden volgens de eigen tikanga van de gemeenschap — kent analogieën in EU-contexten met minderheidstalen (het Welshe concept van cynefin, het Sámi-concept van árbediehtu, het Baskische concept van auzolan). De analogieën zijn niet identiek, en deze nota stelt ze niet gelijk. Er wordt alleen opgemerkt dat de Nieuw-Zeelandse toolkit is ontworpen volgens een soevereiniteitsbeginsel dat Europese tegenhangers heeft, en dat EU-gemeenschappen hun eigen contextuele aanpassingen zouden maken.
Risico. Elke overdracht van technologie vanuit een context van het Zuiden of inheemse volkeren naar een context van het Noorden of de EU brengt het risico met zich mee dat de technische vorm wordt overgenomen, terwijl het verantwoordingskader achterblijft. De auteur van deze nota pretendeert niet dat risico op te lossen. De verantwoordelijkheid voor het handhaven van de verantwoordingsplicht bij elke toepassing binnen de EU ligt bij de toepassende gemeenschap en de door haar gekozen onderzoekers, praktijkbeoefenaars en juridische adviseurs.
6 — Drie vragen die deze nota niet beantwoordt
Een brief die zo kort is, kan de moeilijkere vragen niet oplossen; hij kan ze alleen maar benoemen.
Wie kiest welke module van toepassing is op welke gemeenschap? Een Sámi-gemeenschap die de SLL wel, maar geen Guardian Agents implementeert, zou een keuze maken. Op basis waarvan? Wie is bevoegd om die keuze te maken?
Is het Village voldoende, of is een federatieoverschrijdend protocol (Matrix, ActivityPub, iets anders) nodig om meerdere soevereine gemeenschappen op grote schaal te laten samenwerken? De huidige Village is bilateraal van opzet; een Europees federatienetwerk voor minderheidstalen zou dat ontwerp op manieren belasten die nog niet zijn getest.
Wat is de juiste Europese fiscale sponsor voor een soeverein gemeenschapsplatform? Een commerciële stichting, een coöperatie, een subsidieverstrekker uit de publieke sector of een bestaand EU-infrastructuurprogramma (NGI0, NLnet, Horizon Europe)? Het antwoord verschilt waarschijnlijk per rechtsgebied en per gemeenschap.
7 — Huidige status, licentiebeleid en routekaart
Huidige status van het platform. Village is in productie op infrastructuur die onder de soevereiniteit van de EU valt (OVH France) en infrastructuur die onder de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland valt (Catalyst Cloud), waarbij tenant-instanties uit de sjabloonbibliotheek worden gehost en echt verkeer wordt verwerkt. De grondwet en waarden zijn openbaar gepubliceerd op mysovereignty.digital met vertalingen in het Duits, Frans, Nederlands en te reo Māori. De architectuur, het platform en de overkoepelende whitepaper bestaan vandaag de dag; het zijn geen beloften.
Licentiebeleid. Er zijn twee verschillende instrumenten van toepassing op twee verschillende componenten:
- Het Tractatus Framework — de governance-laag waarop de mechanismen voor het handhaven van de waarden van het platform rusten — is vrijgegeven onder Apache License 2.0 en is openbaar op
https://codeberg.org/mysovereignty/tractatus-framework. Elke lezer kan het vandaag nog inspecteren, forken en controleren. - De codebase van Village -platform is momenteel eigendom van de exploitant. De exploitant heeft zich ertoe verbonden om specifieke modules geleidelijk en in fasen open source te maken: het federatieprotocol, het vocabulaire-systeem, de implementatieautomatisering en de exploitantdocumentatie — als op zichzelf staande componenten die andere exploitanten onafhankelijk van de rest van het platform kunnen overnemen. Welke modules onder welke licenties worden vrijgegeven, is een beslissing die ter goedkeuring voorligt aan een democratisch gekozen bestuur en adviescommissie (in oprichting), en geen eenzijdige toezegging van de oprichter.
- Volledige open-sourcing van de codebase van het platform wordt momenteel niet overwogen. De principiële beperking is de blootstelling van het aanvalsoppervlak: het vrijgeven van de volledige broncode van het platform zou tegenstanders een kaart van de beveiligingsarchitectuur van het platform verschaffen — dezelfde bezorgdheid over de verspreiding van capaciteiten die de gepubliceerde Mythos-dreigingsanalyse van het project verwoordt voor AI-capaciteiten in het algemeen. Componenten waarvan de publicatie een dergelijke blootstelling zou veroorzaken, blijven onder gecontroleerde toegang, zelfs als meer modules open-source worden gemaakt.
- Het merk Village is beschermd door een handelsmerk; de vooraf getrainde SLL-modelgewichten en de trainingsgegevens zijn commerciële activa; de trainingsmethodologie is een bedrijfsgeheim.
Carpool — tijdlijn met praktijkvoorbeeld. Het eerste federatieve carpoolnetwerk met meerdere instanties, dat een aantal Nieuw-Zeelandse steden met elkaar verbindt, is in ontwikkeling en zal naar verwachting begin mei 2026 operationeel zijn. De federatieve infrastructuur waarop het zal draaien — het FederationAgreement-model, de routes en de diensten — is momenteel al geïmplementeerd in de codebase van het platform.
Financieringspositie. Er lopen twee aanvragen bij de NLnet Foundation: de aanvraag voor het NGI Zero Commons Fund en de aanvraag voor NGI Fediversity. De tweede aanvraag is specifiek gericht op het leveren van de open-source module-extractie (federatieprotocol, vocabulaire-systeem), de toolkit voor implementatieautomatisering en de documentatie voor operators die onafhankelijke implementaties door operators mogelijk maken. Beslissingen hierover zijn in afwachting bij de Foundation.
Zelfgehoste implementaties (Tier 3-tenantisolatie). Voor tenants waarvan de soevereiniteitsvereisten zelfs verder gaan dan hosting met een dedicated database — nationale instanties, grote kerkgenootschappen, gereguleerde beroepsorganisaties, aan de overheid gelieerde entiteiten — ondersteunt de technische architectuur momenteel zelfgehoste werking, waarbij de tenant het platform draait op infrastructuur die hij zelf beheert. De operationele pakketten — implementatieautomatisering, documentatie voor operators, ondersteuningsmodel — zijn waarvoor de Fediversity-subsidieaanvraag is bedoeld. Totdat die onderdelen op hun plaats zijn, is praktische zelfgehoste implementatie een op maat gemaakte opdracht in plaats van een ondersteund product.
Wat zeker is en wat niet. De huidige architectuur van het platform, de licentie van Tractatus onder Apache 2.0, de openbare beschikbaarheid van de grondwet en waarden, en de productiestatus op soevereine infrastructuur — dit zijn zekerheden. De timing van module-releases, subsidieresultaten en het tempo van de goedkeuringen door het bestuur en de adviescommissie die hierover beslissen — dit zijn onzekerheden. Dit document beschrijft wat er vandaag de dag bestaat en wat schriftelijk is vastgelegd. Resultaten die aan derden toebehoren — subsidiebeslissingen door de NLnet Foundation, goedkeuringen door het bestuur en de adviescommissie in oprichting — worden beschreven als onzekerheden, niet beloofd als te leveren resultaten.
8 — Hoe kunt u meedoen
Het overkoepelende whitepaper — Distributive Equity Through Structure: A Community-Scale Worked Example of Values Stickiness (v1.0, 16-04-2026, DOI 10.5281/zenodo.19600614) — biedt de volledige theoretische basis voor de argumenten in deze nota, samen met de structurele auditcriteria in uitgebreide vorm, open onderzoeksvragen in meer detail en een volledig citatenapparaat.
De broncode van het Tractatus Framework is openbaar op https://codeberg.org/mysovereignty/tractatus-framework (Apache 2.0). De codebaseVillage is momenteel privé; deze zal geleidelijk worden vrijgegeven volgens de roadmap voor module-releases die in §7 wordt beschreven. In de tussentijd is technische beoordeling van specifieke componenten beschikbaar voor institutionele onderzoekers en beleidsmakers op verzoek aan de auteur. Het platform is live op mysovereignty.digital, met openbaar zichtbare demonstratie-instanties van de grondwet, waarden en sjabloonbibliotheek op de subdomeinen van de tenants die zijn gelinkt vanaf de federatiepagina.
Directe correspondentie met de auteur: john.stroh@mysovereignty.digital. Vragen van instellingen of beleidsmakers, uitnodigingen om bij te dragen aan formele beleidsanalyses en blijken van interesse in operationele implementaties zijn allemaal welkom.
Dit document is gepubliceerd onder CC BY 4.0. Het mag worden herpubliceerd, vertaald en geciteerd door elke EU-gemeenschapsorganisatie, onderzoeker, journalist of beleidsanalist, mits de bron wordt vermeld.
Dankbetuigingen en openbaarmakingen
Deze brief is afgeleid van Distributive Equity Through Structure (v1.0, 16-04-2026). De bronvermeldingen van het oorspronkelijke document – waaronder de wetenschappelijke literatuur over inheemse gegevenssoevereiniteit (Te Mana Raraunga, de Global Indigenous Data Alliance, de CARE-principes voor inheems gegevensbeheer en de individuele wetenschappers die daarin worden genoemd) die ten grondslag liggen aan de architecturale toezeggingen die in deze nota worden beschreven – zijn ook hier van toepassing en vormen de juiste bron voor bronvermelding.
De auteur is directeur van een eenmansbedrijf, geen rechtsgeleerde, geen academicus en geen beleidsmedewerker. Het technische werk is uitgevoerd met behulp van AI, wat openbaar is gemaakt. Geen enkele persoon of organisatie die in deze nota wordt genoemd, heeft deze beoordeeld of onderschreven. De verantwoordelijkheid voor elke bewering ligt uitsluitend bij de auteur.
Voorgestelde bronvermelding
Stroh, J. (2026). Sovereign AI Governance at Community Scale: An EU Policy Brief. Versie 0.1. My Digital Sovereignty Limited, Nieuw-Zeeland. DOI 10.5281/zenodo.19635598. Oorspronkelijk artikel DOI 10.5281/zenodo.19600614. Gepubliceerd op https://agenticgovernance.digital/whitepapers/eu-policy-brief. ORCID 0009-0005-2933-7170. Gelicentieerd onder CC BY 4.0.